ECLI:NL:CBB:2011:BP5358
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- R.F.B. van Zutphen
- C.J. Waterbolk
- Rechtspraak.nl
Herstructureringssteun suikerindustrie: verdeling tussen loonwerkers en bietentelers
In deze zaak staat de verdeling van de 10% herstructureringssteun tussen suikerbietentelers en loonwerkbedrijven centraal, waarbij appellante, Cumela Nederland, bezwaar maakt tegen het bedrag dat aan loonwerkers is toegekend.
De herstructureringssteun is gebaseerd op Europese regelgeving, waarbij 10% van het totale steunbedrag moet worden verdeeld tussen telers en loonwerkers op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria, met inachtneming van de verliezen door het herstructureringsproces. Verweerder had het bedrag aan loonwerkers vastgesteld op ongeveer 1 miljoen euro, gebaseerd op een advies van het Landbouw Economisch Instituut (LEI).
Appellante betoogt dat deze vergoeding onvoldoende is en overlegt een eigen rapport van Ernst & Young. Het College stelt vast dat het LEI-advies een redelijke middenvariant hanteert en dat de schade voor loonwerkers door de extra inlevering van quotum en ontmanteling van de fabriek niet wezenlijk toeneemt. Wel oordeelt het College dat het toegekende bedrag aan loonwerkers te laag is en dat een bedrag van 1,5 miljoen euro passend is om de schade adequaat te compenseren.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd voor zover het het lagere bedrag toekent, en het College bepaalt dat 1,5 miljoen euro bestemd wordt voor de loonwerkers. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het College bepaalt dat loonwerkers een bedrag van 1,5 miljoen euro uit de herstructureringssteun ontvangen in plaats van circa 1 miljoen euro.