ECLI:NL:CBB:2011:BQ9564
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- B. Verwayen
- P. van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rookverbod op overdekt terras en toepassing Handleiding Tabakswet
De zaak betreft een hoger beroep van de minister van Volksgezondheid tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die een boete van €300,- wegens overtreding van het rookverbod op een overdekt terras vernietigde. De kern van het geschil is de uitleg van het begrip 'open lucht' in de Tabakswet en het Besluit uitvoering rookvrije werkplek, horeca en andere ruimten.
De rechtbank had de Handleiding, waarin het begrip 'open lucht' nader wordt ingevuld als een terras met minimaal één volledig open zijde, buiten toepassing gelaten en geoordeeld dat het terras van A wel als open lucht kon worden aangemerkt. Het College oordeelt echter dat de Handleiding als vaste gedragslijn van de minister dient te worden beschouwd en dat aansluiting bij deze nadere invulling noodzakelijk is voor een consistent en handhaafbaar handhavingsbeleid.
Feitelijk was het overdekte terras van A aan alle zijden afgesloten, behalve dat A zelf geen schotten had geplaatst aan één zijde, maar de buren wel, waardoor deze zijde niet als volledig open kon worden aangemerkt. Hierdoor gold de rookverbodverplichting onverkort. Het College stelt vast dat A onvoldoende maatregelen heeft getroffen om werknemers te beschermen tegen rookoverlast en dat de opgelegde boete van €300,- niet onevenredig is.
Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van A tegen het boetebesluit ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van A tegen de boete wordt ongegrond verklaard en de boete van €300,- bevestigd.