Eiseres, exploitant van een horecagelegenheid met terras, kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens het niet of onvoldoende handhaven van het rookverbod op een terras dat niet aan minimaal één zijde volledig open is. De boete werd aanvankelijk vastgesteld op €600,- en later gematigd tot €300,-.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit constateerde tijdens een inspectie dat het terras deels was afgesloten door een gietijzeren hekwerk met hard plastic folie, waardoor het terras niet voldeed aan de vereiste openheid. Eiseres voerde aan dat het hek niet tot het terras behoorde, gedeeltelijk openstond en dat er voldoende luchttoevoer was, maar deze stellingen werden door de rechtbank niet gevolgd.
De rechtbank bevestigde dat het bestuursorgaan mag uitgaan van het deskundige rapport van de toezichthouder en dat het hek, ook al is het eigendom van een ander, als afsluiting telt. De boete werd als evenredig beoordeeld, mede gezien de matiging vanwege de economische gevolgen van de coronamaatregelen. Het beroep werd ongegrond verklaard, de boete blijft in stand en de proceskosten worden niet vergoed.