ECLI:NL:CBB:2011:BQ9739
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen randvoorwaardenkorting wegens opzettelijke niet-naleving emissiearm uitrijden mest
Appellante betwist niet dat de randvoorwaarde van emissiearm uitrijden mest niet is nageleefd, maar stelt dat de niet-naleving niet met opzet is begaan. Het College oordeelt dat gezien de omvang van het perceel waarop mest zichtbaar bleef liggen, het onwaarschijnlijk is dat dit niet is opgemerkt, en daarom is sprake van opzet.
Appellante voert aan dat de korting leidt tot rechtsongelijkheid omdat zij een hoger kortingsbedrag ontvangt dan landbouwers met een kleinere steun, maar het College stelt dat dit objectief gerechtvaardigd is doordat de korting een percentage van het totale steunbedrag betreft.
Verder is aangevoerd dat appellante reeds een boete heeft betaald, maar het College volgt de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU dat de opgelegde sanctie niet strafrechtelijk is, zodat er geen sprake is van dubbele bestraffing.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de randvoorwaardenkorting wegens opzettelijke niet-naleving van emissiearm uitrijden mest wordt ongegrond verklaard.