ECLI:NL:CBB:2011:BR2918
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.L.W. Aerts
- M. van Duuren
- J.H.W. de Planque
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen ongegrondverklaring klacht over vermeende frauduleuze jaarrekeninghandelingen afgewezen
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de raad van tucht, waarin zijn klacht tegen betrokkenen over vermeende frauduleuze handelingen bij de jaarrekening 2001 ongegrond werd verklaard. De klacht betrof twee onderdelen: frauduleuze handelingen bij het opstellen van de jaarrekening en chantage door betrokkenen.
Het College oordeelde dat de klacht binnen de bewaartermijn van zeven jaar was ingediend en inhoudelijk moest worden behandeld. Appellant kon echter onvoldoende aannemelijk maken dat betrokkenen frauduleus hadden gehandeld. De jaarrekening 2001 toonde wel verlies, maar dit was niet voldoende bewijs voor fraude. Ook een professioneel verschil van inzicht tussen accountants over de verwerking van goodwill werd niet als fraude aangemerkt.
Een handgeschreven verslag van een bestuursvergadering uit 2003 bood eveneens geen bewijs voor frauduleus handelen. De uitleg van appellant werd niet gevolgd vanwege gebrek aan aanwezigheid en interpretatie.
Omdat het eerste klachtonderdeel ongegrond werd verklaard, werd ook het tweede onderdeel over chantage ongegrond verklaard. Het beroep van appellant werd daarom verworpen en de beslissing van de raad van tucht gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt verworpen en de klacht tegen betrokkenen wordt ongegrond verklaard.