ECLI:NL:CBB:2011:BU3242
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- S.C. Stuldreher
- C.J. Waterbolk
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging besluit superheffing wegens onvoldoende onderzoek inning koper
Appellante, een melkveehouder, kreeg door verweerder een superheffing opgelegd wegens overschrijding van het melkquotum in de heffingsperiode 2009-2010. Verweerder legde deze heffing rechtstreeks bij appellante neer omdat de koper, Vrebamel B.V., de heffing niet zou hebben geïnd. Appellante betwistte dit en stelde dat de koper wel degelijk melkgeld had ingehouden ter zake van de superheffing.
Verweerder baseerde zijn besluit op een rapport van de Algemene Inspectiedienst (AID) dat stelde dat de koper geen superheffing had geïnd. Het College oordeelde echter dat dit rapport onvoldoende inzicht gaf in het onderzoek en dat verweerder onvoldoende onderzoek had verricht naar de feitelijke inning door de koper. De bewijslast rust volgens het College op verweerder om aan te tonen dat de koper niet heeft geïnd.
Het College concludeerde dat verweerder niet had aangetoond dat de koper de superheffing niet had geïnd en dat het besluit daarom in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd opgedragen opnieuw op het bezwaar te beslissen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot directe inning van superheffing wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek door verweerder.