ECLI:NL:CBB:2011:BV0918
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- R.F.B. van Zutphen
- H.L. van der Beek
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op GLB-toeslag voor erfgenaam bij gezamenlijk eigendom landbouwgrond
Appellante, erfgenaam van landbouwgrond die zij feitelijk gebruikt voor haar veehouderij, vorderde uitbetaling van toeslagrechten over 2008. Verweerder stelde de toeslag op nihil vanwege onduidelijkheid over het gebruik van percelen die ook door andere erfgenamen waren opgegeven.
Tijdens de procedure bleek dat appellante de percelen al jarenlang feitelijk gebruikte en hiervoor een vergoeding aan de mede-erfgenamen betaalde. De andere erfgenamen oefenden geen landbouwactiviteiten uit en hadden het gebruik door appellante geaccepteerd. Verweerder had appellante geen volledige inzage gegeven in stukken die mede tot afwijzing leidden.
Het College oordeelde dat appellante als deelgenoot bevoegd is de percelen te gebruiken mits dit verenigbaar is met de rechten van mede-erfgenamen. Gezien het feitelijke gebruik, de vergoeding en het ontbreken van tegenstrijdige landbouwactiviteiten door anderen, had verweerder appellante toeslagrechten moeten toekennen.
Het College vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee werd appellante alsnog in haar recht gesteld om toeslagrechten over 2008 te ontvangen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en appellante krijgt alsnog toeslagrechten over 2008 toegekend.