ECLI:NL:CBB:2011:BV1035
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging randvoorwaardenkorting wegens motiveringsgebrek bij niet-emissiearm uitrijden mest
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie waarin een randvoorwaardenkorting van 20% werd opgelegd wegens opzettelijke niet-naleving van het verbod op niet-emissiearm uitrijden van mest.
Het College stelt vast dat appellant op 24 augustus 2010 mest heeft uitgereden op een manier die niet emissiearm was, wat in strijd is met de beheerseisen van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 en de Europese regelgeving. Verweerder heeft de korting opgelegd op grond van opzettelijk handelen, maar heeft dit onvoldoende gemotiveerd door niet alle relevante criteria te betrekken, waardoor sprake is van een motiveringsgebrek.
Ondanks dit motiveringsgebrek oordeelt het College dat het standpunt van opzettelijk handelen terecht is, gelet op de feiten en de kennis van appellant over de regelgeving. Het beroep op overmacht en het evenredigheidsbeginsel slaagt niet. Het College bevestigt dat de opgelegde korting niet als strafrechtelijk kan worden beschouwd en dat het systeem van kortingen niet leidt tot ontoelaatbare rechtsongelijkheid.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens motiveringsgebrek, met in stand blijvende rechtsgevolgen en veroordeling in proceskosten.