ECLI:NL:CBB:2012:BV8249
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- M.A. van der Ham
- M. van Duuren
- G.P. Kleijn
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar last onder dwangsom door AFM
Costa Madera S.A. en A, beiden uit Costa Rica, maakten bezwaar tegen een door de AFM opgelegde last onder dwangsom wegens overtreding van de Wet op het financieel toezicht. De AFM had het besluit verzonden naar het laatstbekende adres van Costa Madera, ondanks dat dit adres onjuist bleek te zijn. Costa Madera en A stelden dat AFM beschikte over een ander, juist adres, maar hadden dit niet tijdig aan AFM doorgegeven.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van Costa Madera ongegrond en oordeelde dat de AFM het besluit rechtsgeldig had bekendgemaakt. Het College van Beroep stelde vast dat A ook in persoon beroep had ingesteld, wat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend, en vernietigde de uitspraak voor zover het ging om het uitblijven van een beslissing op het beroep van A.
Het College bevestigde dat AFM niet gehouden was om correspondentie naar andere adressen te sturen dan het laatstbekende adres, ook al was AFM op de hoogte van de onjuistheid daarvan. De termijn voor het indienen van bezwaar was daardoor correct gestart en het bezwaar van 10 februari 2009 was te laat. Het College verklaarde het beroep van A alsnog ongegrond en bevestigde de rest van de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep van A en Costa Madera werd afgewezen wegens overschrijding van de bezwaartermijn en correcte bekendmaking van het besluit door AFM.