ECLI:NL:CBB:2012:BV8375
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.M. Smorenburg
- M.A. van der Ham
- W.A.J. van Lierop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling energie-investeringsaftrek voor warmtepompinstallatie in kascomplex
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen besluiten waarbij de Minister van Economische Zaken een EIA-verklaring voor hun investering in een warmtepompinstallatie heeft afgegeven met een lager bedrag dan aangevraagd. De discussie betrof de kwalificatie van het bedrijfsmiddel als warmtepomp in de zin van de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001.
De installatie wordt in een orchideeënkwekerij gebruikt voor het koelen van bepaalde ruimten die kouder moeten zijn vanwege het knoptrekken. De daarbij vrijkomende warmte wordt deels benut voor verwarming van andere kasdelen. Verweerder stelde dat het bedrijfsmiddel primair een koelinstallatie is en dat verwarming slechts een neveneffect is, waardoor het niet voldoet aan de eis van primair verwarmen voor de EIA.
Het College bevestigde dat de regeling een strikte uitleg vereist en dat het bedrijfsmiddel primair bedoeld moet zijn voor verwarming. Omdat de installatie primair koelt en de warmtebenutting afhankelijk is van de koudevraag, is het geen warmtepomp in de zin van de regeling. De beroepen van appellanten werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen van appellanten worden ongegrond verklaard omdat de installatie primair een koelinstallatie is en niet kwalificeert als warmtepomp voor EIA.