ECLI:NL:CBB:2012:BW1393
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- W.A.J. van Lierop
- E. Dijt
- A. Gerbrandy
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over onvoldoende bewijs bouwfraude en boete NMa
Deze zaak betreft het hoger beroep van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam, waarin het besluit van NMa om Bouwbedrijf A te beboeten wegens deelname aan een kartel in de bouwsector werd herroepen. Het geschil draait om de vraag of Bouwbedrijf A heeft deelgenomen aan het systeem van vooroverleg voorafgaand aan aanbestedingen in de burgerlijke en utiliteitsbouwsector in de periode 1998-2001.
NMa baseerde haar besluit op verklaringen van twee clementieverzoekers en schriftelijke bewijsstukken volgens de zogenaamde "2+2-regel", die deelname aan het vooroverleg moest aantonen. Bouwbedrijf A betwistte de aantijgingen en stelde dat zij geen kennis had van deelname aan het vooroverleg, mede doordat de huidige directie pas in 2001 aantrad en de toenmalige directeur was overleden.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen en bewijsstukken onvoldoende overtuigend waren om deelname van Bouwbedrijf A aan het vooroverleg te bewijzen, waardoor het boetebesluit niet rechtsgeldig was. Het College van Beroep bevestigt deze uitspraak en wijst de grieven van NMa af. Tevens veroordeelt het College NMa tot vergoeding van de proceskosten van Bouwbedrijf A in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van NMa wordt ongegrond verklaard en de boete tegen Bouwbedrijf A komt te vervallen.