ECLI:NL:CBB:2012:BW3815
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- B. Verwayen
- E. Dijt
- P. Fortuin
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging besluit bestuursdwang vanwege onvoldoende belangenafweging bij rundveehouderij
Appellant, een rundveehouder, werd geconfronteerd met bestuursdwang door de staatssecretaris van Economische Zaken vanwege ernstige tekortkomingen in de verzorging en huisvesting van runderen. Na meerdere controles in april 2009 constateerden toezichthouders ernstige dierenwelzijnsproblemen, waaronder mestophoping, slechte voeding en klauwproblemen. Op 15 april 2009 werden alle runderen in beslag genomen.
Appellant voerde aan dat hem een termijn van twee weken was toegezegd om de situatie te verbeteren en dat op 15 april al aanzienlijke verbeteringen waren doorgevoerd. Tevens stelde hij dat spoedige bestuursdwang niet gerechtvaardigd was en dat minder ingrijpende maatregelen mogelijk waren.
Het College oordeelde dat verweerder terecht had vastgesteld dat sprake was van overtredingen van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en het Besluit welzijn productiedieren. Echter was de spoedige toepassing van bestuursdwang onterecht omdat niet alle dieren in een onaanvaardbare situatie verkeerden en appellant bezig was met herstelmaatregelen. De belangenafweging was onvoldoende, waardoor het besluit werd vernietigd en het eerdere besluit herroepen.
Het College veroordeelde verweerder tevens tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging en het bieden van een redelijke hersteltermijn bij toepassing van bestuursdwang in dierenwelzijnszaken.
Uitkomst: Het College vernietigt het besluit tot bestuursdwang en herroept het besluit tot inbeslagname van de runderen wegens onvoldoende belangenafweging.