ECLI:NL:CBB:2012:BW4105
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A. van der Ham
- J.A.M. van den Berk
- P.M. van der Zanden
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen tuchtbeslissing inzake accountantswerkzaamheden en verificatieplicht
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen een tuchtbeslissing van de raad van tucht, waarin een klacht tegen een accountant ongegrond werd verklaard. De klacht betrof vermeende tekortkomingen in de accountantswerkzaamheden bij International Kessel B.V., waaronder het niet controleren van de honorering van een aandeelhouder en het niet vermelden van een tweede pandrecht.
Het College stelt vast dat de accountant pas ruim een jaar na de aandelenoverdracht werkzaamheden verrichtte en geen betrokkenheid had bij de bemiddeling. De samenstellingsopdracht viel onder de richtlijnen RAC 4410 en COS 4410, die geen verificatieplicht voorschrijven tenzij er aanleiding is tot twijfel over de aangeleverde gegevens.
Hoewel appellanten stelden dat de accountant had moeten twijfelen aan de juistheid van de informatie, oordeelt het College dat de accountant geen aanleiding had om de gegevens nader te verifiëren. Wel had de accountant zorgvuldiger kunnen handelen door na het overleg tussen partijen te informeren en de jaarrekening niet alleen aan de directie te verzenden. Dit was echter onvoldoende voor een tuchtrechtelijk verwijt.
Ten aanzien van het tweede pandrecht concludeert het College dat de accountant niet beschikte over de relevante informatie ten tijde van het samenstellen van de jaarrekening. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de tuchtbeslissing gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de tuchtbeslissing wordt verworpen en de klacht tegen de accountant blijft ongegrond.