ECLI:NL:CBB:2012:BW8889
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffing bestrijding tulpenstengelaaltje niet in strijd met verbod van willekeur
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een heffing opgelegd door het Productschap Tuinbouw ter bestrijding van de ziekte Ditylenchus dipsaci (tulpenstengelaaltje). Zij betoogde dat de Verordening onjuist is en dat zij onterecht een heffing moest betalen, omdat zij de ziekte door vruchtwisseling op kleigrond succesvol voorkomt. Tevens stelde zij dat de heffing onrechtmatig hoog is en dat buitenlandse bollen niet worden belast, wat de Nederlandse maatregelen ondermijnt.
Het College overwoog dat de heffing noodzakelijk is ter financiering van een schadevergoedingsregeling die de sector zelf uitvoert, omdat uitroeiing van de ziekte niet mogelijk is en besmetting niet volledig kan worden voorkomen. De heffing is gebaseerd op solidariteit binnen de sector en voorkomt dat besmette partijen op de markt komen. Het College verwierp het betoog dat de Verordening in strijd is met het verbod van willekeur, omdat de regeling terughoudend wordt getoetst en voldoende is gemotiveerd.
Verder oordeelde het College dat het gebruik van gegevens van de Bloembollenkeuringsdienst door verweerder gerechtvaardigd is en dat de hoogte van de reserves van verweerder niet ter beoordeling van het College behoort. Het beroep van appellante wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de heffing ter bestrijding van Ditylenchus dipsaci wordt ongegrond verklaard.