ECLI:NL:CBB:2012:BW8896
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling doorberekeningsverplichting heffing bloembollen niet in strijd met artikel 126 Wbo
In deze zaak hebben elf appellanten beroep ingesteld tegen het besluit van het Productschap Tuinbouw waarin heffingen werden opgelegd op grond van de Verordening vakheffing bloembollen oogstjaar 2007. De appellanten betwistten onder meer de rechtmatigheid van de doorberekeningsverplichting van de heffing aan kopers en voerden aan dat dit in strijd zou zijn met artikel 126 Wbo Pro en het EVRM.
Het College heeft het geschil inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de doorberekeningsverplichting niet neerkomt op een mandaatconstructie en dat het Productschap binnen haar ruime bevoegdheid handelt door de heffing via de verkoper te laten innen. Tevens is overwogen dat de terugwerkende kracht van de verordening de grondslag voor de doorberekening in het heffingsjaar 2007 kan rechtvaardigen.
Verder is vastgesteld dat er geen bewijs is dat buitenlandse kopers niet als bedrijfsgenoten kunnen worden aangemerkt en dat de doorberekening in die gevallen niet problematisch is. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de doorberekeningsverplichting van de heffing bloembollen is niet in strijd met artikel 126 Wbo.