ECLI:NL:CBB:2012:BX0139
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- J.L.W. Aerts
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- J.A.M. van den Berk
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging spoedbestuursdwang wegens onvoldoende spoedeisendheid in paardenhouderij
Appellant, een paardenhouder, werd geconfronteerd met bestuursdwangbesluiten waarbij 19 paarden werden meegevoerd en in bewaring genomen vanwege vermeende overtredingen van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwd). De overheid stelde dat de paarden onvoldoende verzorging kregen en in een natte, ongeschikte rijbak werden gehouden, wat een spoedeisende situatie rechtvaardigde.
Appellant betwistte de feiten en stelde dat de paarden wel degelijk adequaat werden verzorgd en 's nachts in een schuur werden gehuisvest. Diverse deskundigen en getuigen ondersteunden dit standpunt. Het College stelde vast dat appellant de paarden niet de nodige zorg had verleend en de gezondheid en het welzijn van de dieren had benadeeld, waarmee overtreding van de artikelen 36 en 37 Gwd was vastgesteld.
Echter oordeelde het College dat de situatie niet zodanig spoedeisend was dat onmiddellijke bestuursdwang zonder voorafgaand besluit gerechtvaardigd was. Verweerder had appellant een redelijke termijn gegeven om de situatie te verbeteren. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestuursdwangbesluit en de daarop gebaseerde kostenbeschikkingen werden vernietigd, en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestuursdwangbesluit tot inbewaringneming van 19 paarden wordt vernietigd wegens onvoldoende spoedeisendheid.