ECLI:NL:CBB:2012:BX8587
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing waardevaststelling tegemoetkoming gedode geiten op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Appellant kreeg een tegemoetkoming toegekend voor het doden van zijn geiten in het kader van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Na bezwaar en hertaxatie door drie deskundigen ontstond verschil in waarderingen, waarbij één deskundige een aanzienlijk hogere waarde vaststelde dan de anderen.
Verweerder sloot de hogere waardering uit omdat deze volgens hem niet de marktwaarde weerspiegelde, terwijl appellant stelde dat vanwege het ontbreken van een markt voor biologische geiten het marktwaardeprincipe niet toepasbaar is en de waardering van Roorda wel degelijk inzichtelijk en controleerbaar is.
Het College overwoog dat bij verschillen in waarderingen het gemiddelde van de taxaties moet worden genomen, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om daarvan af te wijken. Gezien het ontbreken van marktgegevens en de onderbouwing van de hogere waardering achtte het College het redelijk om de waardering van Roorda mee te nemen in het gemiddelde.
Daarnaast corrigeerde het College een telfout in de waardering van de andere deskundigen en stelde de tegemoetkoming vast op € 36.288,33. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de tegemoetkoming opnieuw vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de tegemoetkoming vastgesteld op € 36.288,33.