ECLI:NL:CBB:2012:BX8826
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- E. Dijt
- J.L.W. Aerts
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- Rechtspraak.nl
Subsidieregeling duurzame warmte: strijdigheid aanvraagdatum met gelijkheidsbeginsel
Appellant had vóór 17 februari 2011 een zonneboiler aangeschaft en diende daarna subsidie aan op grond van de Subsidieregeling energie en innovatie. Verweerder wees de aanvraag af omdat deze na 17 februari 2011 was ingediend, conform artikel II van de Wijzigingsregeling. Het College stelt vast dat deze afwijzing op zichzelf conform de regeling is, maar dat de aanvullende eis dat de aanvraag uiterlijk op die datum moest zijn ingediend in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.
De communicatie van het ministerie wekte bij potentiële investeerders de verwachting dat subsidie in 2011 verstrekt zou worden. Tot 17 februari 2011 konden aanvragers aannemen dat zij, mits voldaan aan de voorwaarden, voor subsidie in aanmerking zouden komen. Ook kon subsidie worden aangevraagd na aanschaf van de technische voorziening. De eis dat de aanvraag uiterlijk 17 februari 2011 moest zijn ingediend, discrimineert echter tussen aanvragers die uiterlijk die datum een voorziening hebben aangeschaft maar de aanvraag later indienden en degenen die zowel aanschaf als aanvraag tijdig deden.
Het College oordeelt dat deze aanvullende voorwaarde onverbindend is en vernietigt het bestreden besluit. Verweerder wordt opgedragen binnen dertien weken opnieuw op de bezwaren te beslissen. Er wordt tevens een vergoeding van het griffierecht aan appellant toegekend.
Uitkomst: De subsidieaanvraag wordt alsnog in behandeling genomen omdat de eis van tijdige indiening onverbindend is verklaard.