ECLI:NL:CBB:2012:BY1553
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- R.F.B. van Zutphen
- J.H.W. de Planque
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep bedrijfstoeslag wegens ontbreken feitelijk beheer landbouwpercelen
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie waarin de bedrijfstoeslag voor 2007 werd vastgesteld en de percelen 5 en 6 niet als beheerd door appellant werden erkend. Verweerder stelde dat appellant geen feitelijk beheer voerde over deze percelen, wat werd onderbouwd met verklaringen van de eigenaar en derden die het gebruik van de percelen bevestigden.
Tijdens de zitting en het onderzoek bleek dat appellant nauwelijks werkzaamheden had verricht op perceel 5 en 6, en dat het gebruik van deze percelen feitelijk door anderen werd uitgevoerd. Appellant beschikte wel over een grondgebruikersverklaring, maar het College oordeelde dat dit onvoldoende was om van beheer te spreken, omdat feitelijk gebruik en beheer voor eigen rekening vereist zijn.
Het College toetste dit aan de Verordening (EG) nr. 1782/2003 en relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Gezien het bewijs en de verklaringen concludeerde het College dat appellant de percelen niet beheerde en dat de aanvraag om toeslagrechten terecht was afgewezen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard omdat hij de percelen 5 en 6 in 2007 niet feitelijk beheerde.