ECLI:NL:CBB:2012:BY7026
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- E.R. Eggeraat
- W.A.J. van Lierop
- J. Borgesius
- Rechtspraak.nl
Reikwijdte van het zwijgrecht van een onderneming bij mededingingsonderzoek ex-werknemer
In deze zaak stond de vraag centraal of een ex-werknemer zich kan beroepen op het zwijgrecht van een onderneming in het kader van een mededingingsonderzoek door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). De appellant, voormalig werknemer van een onderneming, had zich tijdens verhoren op het zwijgrecht beroepen, waarna NMa hem een boete oplegde wegens niet-medewerking.
De rechtbank had geoordeeld dat het zwijgrecht zich beperkt tot natuurlijke personen die op het moment van het verhoor onderdeel uitmaken van de onderneming, waardoor het beroep van de ex-werknemer ongegrond was. Het College van Beroep oordeelde echter dat het zwijgrecht ook geldt voor ex-werknemers die worden gehoord over gedragingen die zij als onderdeel van de onderneming hebben verricht, ongeacht het beëindigen van het dienstverband.
Het College stelde dat de tekst en wetsgeschiedenis van artikel 53 van Pro de Mededingingswet deze beperking niet rechtvaardigen en dat het zwijgrecht een effectieve bescherming van de onderneming moet waarborgen. Het beroep van appellant op het zwijgrecht was derhalve terecht, en de boete wegens overtreding van de medewerkingsplicht werd vernietigd.
Daarnaast werd appellant proceskostenvergoeding toegekend en werd het griffierecht vergoed. Het College vernietigde het besluit van NMa en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het College vernietigt de boete wegens niet-medewerking omdat het zwijgrecht van de onderneming ook ex-werknemers toekomt.