ECLI:NL:CBB:2012:BY9875
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- E. Dijt
- M.M. Smorenburg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en ontvankelijkheid beroep tegen handelsregisterbesluit ontbinding rechtspersonen
In deze bestuursrechtelijke zaak stond centraal of het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevoegd was om kennis te nemen van het beroep tegen beslissingen van de Kamer van Koophandel inzake de inschrijving van de ontbinding van rechtspersonen in het handelsregister.
Appellanten hadden beroep ingesteld tegen een brief van de Kamer van Koophandel waarin om aanvullende bewijsstukken werd gevraagd in verband met twijfel over de juistheid van de opgave tot ontbinding van twee rechtspersonen. Het College oordeelde dat deze brief een beslissing ex artikel 6:3 Awb Pro is, die niet rechtstreeks beroepstegenstand kan zijn tenzij deze de belanghebbenden los van het voor te bereiden besluit rechtstreeks raakt. Dit was niet het geval, zodat het College zich onbevoegd verklaarde het beroep te behandelen.
Daarnaast was er een besluit van de Kamer van Koophandel waarin de ontbinding werd ingeschreven met een aantekening over de vereffenaar. Appellanten hadden beroep ingesteld tegen dit besluit zonder eerst bezwaar te maken. Het College verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een voorafgaand bezwaar. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Het arrest verduidelijkt de grenzen van het bestuursrechtelijk rechtsmiddel tegen voorbereidende beslissingen in het kader van handelsregisterinschrijvingen en bevestigt de noodzaak van een juiste procedurele route bij bezwaar en beroep.
Uitkomst: Het College verklaart zich onbevoegd voor het beroep tegen de brief van 6 mei 2011 en niet-ontvankelijk voor het beroep tegen het besluit van 5 juli 2011.