ECLI:NL:CBB:2012:BZ1170
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- H.S.J. Albers
- M. de Mol
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vaststelling bedrijfstoeslag 2010 wegens gebrek aan procesbelang
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder waarin de bedrijfstoeslag voor 2010 werd vastgesteld op basis van een oppervlakte van 4,04 hectare, terwijl zij stelt dat de juiste oppervlakte 4,22 hectare bedraagt vanwege een dijkperceel dat driedimensionaal gemeten zou moeten worden.
Het College heeft in de procedure onderzocht of appellante een procesbelang heeft bij haar beroep. Daarbij is overwogen dat in eerdere jaren bij vergelijkbare geschillen over oppervlaktebepaling het beroep ontvankelijk werd verklaard omdat de meetmethoden toen nog niet definitief waren vastgesteld en landbouwers daardoor werden beschermd tegen plotselinge sancties.
Voor het jaar 2010 is echter geen onverwachte wijziging in meetmethoden doorgevoerd en zijn landbouwers geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld hun opgaven aan te passen. Hierdoor geldt het normale vereiste dat met het beroep een wijziging van het rechtsgevolg moet worden nagestreefd.
Aangezien appellante reeds het maximale aantal toeslagrechten bezit en een grotere oppervlakte geen extra toeslag oplevert, ontbreekt het aan een te honoreren procesbelang. Daarom verklaart het College het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.