ECLI:NL:CBB:2012:BZ1620
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Subsidieregeling duurzame warmte: aanvraag na uiterste datum en strijd met gelijkheidsbeginsel
Appellant heeft in september 2010 een lucht/waterwarmtepomp aangeschaft en in november 2010 het aanvraagformulier voor subsidie ingevuld en via het installatiebedrijf verstuurd. De subsidieaanvraag werd echter pas op 2 februari 2012 door de Minister van Economische Zaken ontvangen. Verweerder wees de aanvraag af omdat deze na de uiterste indieningsdatum van 17 februari 2011 was ingediend.
Appellant stelde dat hij vertrouwde op de zorgvuldigheid van het installatiebedrijf en de postbezorging, en dat de aanvraag feitelijk wel tijdig was verstuurd. Het College oordeelde echter dat appellant niet kon aantonen dat de aanvraag daadwerkelijk vóór de uiterste datum was ingediend, mede omdat deze niet aangetekend was verzonden.
Het College stelde vast dat de aanvullende voorwaarde in de Wijzigingsregeling, die de uiterste indieningsdatum van 17 februari 2011 voorschrijft, in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en daarom onverbindend is. Hierdoor was het besluit tot afwijzing van de subsidieaanvraag op die grond onjuist en werd het beroep gegrond verklaard.
Desondanks handhaafde het College de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit omdat de aanvraag feitelijk pas in 2012 werd ontvangen, terwijl de subsidieregeling in dat jaar niet was opengesteld en het subsidieplafond op nul was vastgesteld. Verweerder mocht daarom de aanvraag terecht afwijzen, zij het om een andere reden.
Het College wees een proceskostenveroordeling af en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant werd vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.