ECLI:NL:CBB:2013:174
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot heroverweging heffingsbesluiten wegens fiscale discriminatie afgewezen
Appellante heeft tegen heffingsbesluiten over de jaren 2004 tot en met 2009 bezwaar gemaakt nadat het College in een eerdere uitspraak oordeelde dat het kopersdeel van de vakheffing voor verkopen via Duitse veilingen niet bij de verkoper in rekening mag worden gebracht wegens verboden fiscale discriminatie.
Verweerder heeft het verzoek tot heroverweging van deze besluiten afgewezen omdat er geen sprake was van nieuw gebleken feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Appellante stelde dat verweerder verplicht was de besluiten te heroverwegen op grond van Europese jurisprudentie, waaronder het Kühne & Heitz-arrest en het Metallgesellschaftarrest.
Het College oordeelde dat appellante geen rechtsmiddelen had aangewend tegen de oorspronkelijke besluiten en dat van haar mocht worden verwacht dat zij dat wel had gedaan. De situatie was niet vergelijkbaar met het Metallgesellschaftarrest, waarin het aanwenden van rechtsmiddelen zinloos was. Verweerder was bevoegd maar niet verplicht tot heroverweging.
Het College concludeerde dat het bestreden besluit voldoende was gemotiveerd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het bestreden besluit tot heroverweging van heffingsbesluiten is ongegrond verklaard.