ECLI:NL:CBB:2013:183
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep bedrijfstoeslag 2010 ongegrond verklaard
Indienster, Maatschap [A] en [B], had beroep ingesteld tegen een beslissing van de Staatssecretaris van Economische Zaken over de vaststelling van de bedrijfstoeslag 2010. Het College had het beroep eerder kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat geen procesbelang werd gezien, aangezien de maximale toeslag reeds was toegekend.
Indienster deed verzet tegen deze uitspraak en verzocht om een zitting, waarop zij haar standpunten toelichtte, onder meer over de vastgestelde oppervlakte en de gevolgen voor de Meststoffenwetgeving. Het College oordeelde dat het procesbelang ontbrak omdat een hogere bedrijfstoeslag niet mogelijk was, en dat de vaststelling van oppervlakte in het kader van de bedrijfstoeslag niet bindend is voor besluiten op grond van de Meststoffenwetgeving.
Het College benadrukte dat het systeem van jaarlijkse opgave inherent onzekerheden kent en dat de verschillen in kaarten geen aanleiding geven tot een ander oordeel over het procesbelang. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep op bedrijfstoeslag 2010 wordt ongegrond verklaard.