Uitspraak
Voorzieningenrechter
Minister van Infrastructuur en Milieu, verweerder,
1.De feiten en de procedure
2.De beoordeling van het verzoek
3.De beslissing
- wijst het verzoek om toepassing van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb toe;
- veroordeelt verweerder in de kosten die verzoeker in verband met het verzoek om voorlopige voorziening redelijkerwijs heeft moeten maken, welke kosten worden vastgesteld op € 472,-- (zegge: vierhonderdtweeënzeventig euro);
- bepaalt dat verweerder aan verzoeker het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 160,-- (zegge: honderdzestig euro) vergoedt.
zes weken na de dag van verzendinggemotiveerd verzet doen bij het College, door middel van een ondertekend verzetschrift. Indien u verzet indient en over het verzet wenst te worden gehoord, kunt u dit in uw verzetschrift vragen.