ECLI:NL:CBB:2013:212
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Munsterman
- J.L.W. Aerts
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet tijdig nemen van besluit inzake tuchtprocedure en intrekking erkenning quarantainevoorziening
Appellante heeft het Productschap Vis verzocht handhavend op te treden tegen vermeende overtredingen door [A] B.V. en [B] B.V. en tevens om een tuchtzaak aanhangig te maken. Na herhaalde verzoeken en het uitblijven van een besluit, stelde appellante het Productschap in gebreke en stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
Het College oordeelt dat het verzoek om een tuchtzaak aanhangig te maken geen aanvraag is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie een eigen stelsel kent en de voorzitter van het Productschap Vis niet als bestuursorgaan in de zin van de Awb geldt. Daarom is het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op dit verzoek niet ontvankelijk.
Verder oordeelt het College dat het verzoek om intrekking van de erkenning van [A] B.V. als quarantainevoorziening pas in de brief van 26 oktober 2012 voldoende bepaald is ingediend. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op dit verzoek is daarom niet-ontvankelijk, omdat er geen ingebrekestelling voorafgaand aan het beroep is gegeven. Het College verwacht dat het Productschap spoedig een besluit zal nemen.
Het College wijst het verzoek om dwangsommen af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 24 oktober 2013.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk en het College is onbevoegd voor het beroep tegen het niet aanhangig maken van een tuchtzaak.