Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
BayerCropScience SA-NV, te Mijdrecht, verzoekster (BCS),
Syngenta Crop Protection BV, te Bergen op Zoom, verzoekster (Syngenta),
stichting de Bijenstichting(de Bijenstichting)
Procesverloop
[A], werkzaam bij BCS. Voor Syngenta is voorts verschenen
[B], werkzaam bij Syngenta. Verweerder is verschenen bij zijn gemachtigde. Voorts zijn voor verweerder verschenen [C], [D],
[E] en [F], allen werkzaam bij verweerder.
Overwegingen
(…)
De in geding zijnde wijziging vloeit weliswaar niet direct voort uit de tekst van de bijlage bij de Uitvoeringsverordening, maar houdt wel verband met risico’s voor bijen. Gelet hierop is naar voorlopig oordeel niet onaanvaardbaar dat verweerder zijn bevoegdheid krachtens artikel 44 van Pro de Basisverordening heeft gebruikt om deze wijziging in de toelating aan te brengen.
Naar de voorzieningenrechter begrijpt hebben BCS en verweerder geen verschil van mening over het doel van het gebruiksvoorschrift op dit punt, namelijk het niet toepassen van het gewasbeschermingsmiddel op grasvegetatie met bloeiend onkruid. Door BCS is een andersluidend tekstvoorstel gedaan waarover verweerder zich in het kader van de lopende bezwaarschriftprocedure dient uit te laten. In hetgeen BCS op dit punt heeft aangevoerd ziet de voorzieningenrechter evenwel geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.