Appellante, een Vereniging van Eigenaars opgericht in april 2008, werd pas in januari 2011 ingeschreven in het handelsregister. De Kamer van Koophandel bracht haar bijdragen in rekening over 2009 en 2010, wat appellante betwistte omdat zij toen nog niet actief was en niet ingeschreven hoefde te zijn.
Het College vernietigde het bestreden besluit omdat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard. Vervolgens oordeelde het College dat de inschrijfplicht en de bijdrageplicht voortvloeien uit de Handelsregisterwet 2007, waarbij de bijdrage verschuldigd is over ieder kalenderjaar of gedeelte daarvan waarin de onderneming in Nederland is gevestigd, ongeacht de inschrijvingsdatum.
De stelling van appellante dat de inschrijfplicht pas ontstaat bij daadwerkelijke activiteit werd verworpen. Ook werd geen aanleiding gezien om de fouten in de motivering van de Kamer van Koophandel te laten meewegen in de beoordeling van de bijdrageplicht. Het College veroordeelde de Kamer van Koophandel tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.