Uitspraak
1.De procedure
2.De grondslag van het geschil
- Appellanten zijn elk bij notariële akte hier te lande in de rechtsvorm van een vereniging van eigenaars opgericht en sedertdien gevestigd op een datum gelegen vóór 1 juli 2008.
- Op verschillende data gelegen tussen 19 oktober 2009 en 30 december 2009 is ten behoeve van elke appellante afzonderlijk opgave gedaan ter inschrijving in het handelsregister.
- Op verschillende data gelegen tussen 16 november 2009 en 4 maart 2010 heeft verweerster – de verschillende – appellanten successievelijk ingeschreven in het handelsregister.
- Bij 58 besluiten, genomen op data gelegen tussen 16 november 2009 en 16 februari 2010, heeft verweerster aan elke appellante afzonderlijk in de vorm van een factuur een bijdrage in rekening gebracht hetzij over 2009 hetzij over 2009 en 2010. De bijdrage over 2009 betreft "Heffing I 2009" ten bedrage van € 26,14. De bijdrage over 2009 en 2010 betreft "Heffing I 2009" en "Heffing I 2010" ten bedrage van in totaal € 52,28.
- Tegen deze besluiten hebben appellanten ieder afzonderlijk bij gelijkluidende brief van 22 februari 2010 bezwaar gemaakt.
- Vervolgens heeft verweerster het bestreden besluit genomen.
3.Het bestreden besluit
4.Het standpunt van appellanten
5.De beoordeling van het geschil
6.De beslissing
- verklaart het beroep, voor zover het is ingesteld namens de appellanten, genoemd in de bij deze uitspraak gevoegde bijlage onder 1, 6, 7, 8, 14, 17, 18, 25, 27 tot en met 29, 38, 39, 44, 45, 47, 49 en 58, gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit in zoverre;
- verklaart het bezwaar van deze appellanten tegen de aan hen afzonderlijk gerichte besluiten, genomen op verschillende data gelegen tussen 16 november 2009 en 23 december 2009, niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het deels vernietigde bestreden besluit;
- verklaart het beroep, voor zover het is ingesteld namens de appellanten, genoemd in de bijlage onder 2 tot en met 5, 9 tot en met 13, 15, 16, 19 tot en met 24, 26, 30 tot en met 37, 40 tot en met 43, 46, 48 en 50 tot en 57, ongegrond;
- draagt verweerster op aan appellanten het door hen betaalde griffierecht ten bedrage van in totaal € 298,- (zegge: tweehonderdenachtennegentig euro) te vergoeden.