ECLI:NL:CBB:2013:96
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing spoedbestuursdwang en kostenverhaal inzake dierenwelzijn
In deze zaak heeft de staatssecretaris van Economische Zaken spoedbestuursdwang toegepast door twee honden in bewaring te nemen wegens ernstige tekortkomingen in hun verzorging en welzijn. De beslissing was gebaseerd op bevindingen van politieagenten en een dierenarts die ernstige vermagering en slechte leefomstandigheden constateerden. Appellant betwistte deze bevindingen en de rechtmatigheid van de bestuursdwang.
Het College overwoog dat appellant de bevindingen onvoldoende had onderbouwd en dat de bestuursdwang daarom rechtmatig was. Vanwege het spoedeisende karakter en de onvindbaarheid van appellant was het niet noodzakelijk om een hersteltermijn te geven. Tevens werd geoordeeld dat de kosten van de bestuursdwang, die appellant betwistte, redelijk en terecht bij hem in rekening waren gebracht.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak bevestigt de bevoegdheid van het bestuursorgaan om snel op te treden bij dierenwelzijnsproblemen en de mogelijkheid om kosten van bestuursdwang te verhalen op de overtreder.
Uitkomst: Het beroep tegen de toepassing van spoedbestuursdwang en het kostenverhaal wordt ongegrond verklaard.