ECLI:NL:CBB:2013:BZ4272
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vaststelling bedrijfstoeslag 2010 wegens geen kennelijke fout
Appellant verzocht om wijziging van zijn Gecombineerde opgave 2010 vanwege een kavelruil, waarbij een verkeerd perceel was opgegeven. Verweerder stelde dat het perceel dat appellant in 2010 in gebruik had te laat was opgegeven en dat er geen sprake was van een kennelijke fout zoals bedoeld in artikel 21 van Pro Verordening (EG) nr. 1122/2009.
Het College overwoog dat wijziging van de aanvraag slechts mogelijk is bij een kennelijke fout, en dat dit begrip afhankelijk is van alle feiten en omstandigheden van het individuele geval. Het Werkdocument AGR 49533/2002 werd hierbij als leidraad genomen, dat stelt dat een kennelijke fout alleen kan worden aangenomen als bij een summier onderzoek een duidelijke tegenstrijdigheid in de aanvraag zichtbaar is.
Het College oordeelde dat de fout van appellant begrijpelijk is, maar niet kwalificeert als een kennelijke fout. De opgegeven oppervlakte kwam overeen met het aantal toeslagrechten en verweerder hoefde niet te concluderen dat sprake was van een vergissing. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Daarnaast wees het College erop dat de procedure alleen ziet op de bedrijfstoeslag 2010 en dat eventuele geschillen over 2011 via een aparte procedure moeten worden behandeld. De opgelegde korting en uitsluiting zijn gebaseerd op artikel 58 van Pro Verordening (EG) nr. 1122/2009 en zijn proportioneel geacht. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de vaststelling van de bedrijfstoeslag 2010 wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een kennelijke fout.