ECLI:NL:CBB:2013:BZ4360
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Handhaving last onder dwangsom wegens overtreding dierenwelzijnsvoorschriften tijdens varkensvervoer
Appellante, een transportbedrijf dat varkens vervoert, kreeg meerdere schriftelijke waarschuwingen wegens het vervoeren van varkens die niet geschikt waren voor transport volgens de Verordening (EG) nr. 1/2005. Na een vierde overtreding op 22 maart 2010 legde de Staatssecretaris een last onder dwangsom op om herhaling te voorkomen.
Appellante betwistte de overtredingen en stelde dat het letsel aan de dieren tijdens het transport of in het slachthuis was ontstaan, en dat zij onvoldoende inzage had in de stukken. Ook voerde zij aan dat de dwangsom disproportioneel was en dat het systeem van waarschuwingen gevolgd door dwangsommen leidt tot rechtsongelijkheid.
Het College oordeelde dat de overtredingen voldoende waren vastgesteld aan de hand van diergeneeskundige verklaringen en dat appellante deze onvoldoende gemotiveerd had betwist. De last onder dwangsom was terecht opgelegd ter voorkoming van herhaling binnen een periode van drie jaar. De dwangsom werd als proportioneel beoordeeld gezien de ernst van de overtredingen en de omvang van het bedrijf.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het College zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van het transportbedrijf tegen de last onder dwangsom wegens overtreding van dierenwelzijnsvoorschriften wordt ongegrond verklaard.