ECLI:NL:CBB:2013:BZ4377
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Toepassing van klepkeuringen na overtredingen dierenvervoer niet onredelijk
Appellante voerde beroep aan tegen het besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken om na herhaalde overtredingen van de Verordening (EG) nr. 1/2005 het regime van klepkeuringen voor een periode van drie maanden toe te passen op haar exportaanvragen. De overtredingen betroffen het vervoer van varkens die niet geschikt waren voor transport, wat onnodig lijden veroorzaakte. Na eerdere waarschuwingen en een schorsing van de vervoersvergunning, was het regime van klepkeuring een herstelmaatregel.
Het College stelde vast dat appellante inderdaad meerdere keren de Verordening had overtreden en dat de maatregel van klepkeuring passend was om naleving te bevorderen. Het regime van klepkeuring is een strengere controle die wordt toegepast totdat de vervoerder aantoont dat zij voldoet aan de kwaliteitscriteria. De maatregel is geen straf maar een reparatoire maatregel gericht op het voorkomen van toekomstige overtredingen.
Appellante stelde dat de maatregel disproportioneel was en neerkwam op dubbele bestraffing, maar het College verwierp deze bezwaren. Het College oordeelde dat de maatregel niet onredelijk was, niet in strijd met de Beleidsregels dierenwelzijn of de Wet op de economische delicten, en dat het beroep ongegrond is verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het regime van klepkeuring blijft van toepassing.