ECLI:NL:CBB:2013:BZ5182
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- E.R. Eggeraat
- J.A.M. van den Berk
- J.L. Verbeek
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving last onder dwangsom wegens vervoer ongeschikte varkens
Appellante, een vervoersbedrijf, werd door de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 6, derde lid, van Verordening (EG) nr. 1/2005, die voorschrijft dat alleen dieren die geschikt zijn voor transport mogen worden vervoerd. Deze last volgde na meerdere schriftelijke waarschuwingen over het vervoer van zieke en gewonde varkens.
De overtredingen betroffen het vervoeren van varkens met ernstige gezondheidsproblemen zoals anusprolaps, ontstekingen en hersenvliesontsteking, die volgens diergeneeskundige verklaringen niet geschikt waren voor transport. Appellante betwistte de bevoegdheid tot het opleggen van de last onder dwangsom, de toerekenbaarheid van de overtredingen en de hoogte van de dwangsom.
Het College oordeelde dat verweerder terecht de last onder dwangsom heeft gehandhaafd, omdat aan het opleggen daarvan twee schriftelijke waarschuwingen waren voorafgegaan en de overtredingen duidelijk waren vastgesteld. De stelling dat de overtredingen niet aan appellante konden worden toegerekend faalde, evenals het beroep op rechtvaardigingsgronden. De hoogte van de dwangsom werd als proportioneel beoordeeld gezien de ernst van de overtredingen en de omvang van het bedrijf.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het College zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het opleggen van de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en de last blijft gehandhaafd.