ECLI:NL:CBB:2013:BZ5991
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder bestuursdwang wegens overtreding legbatterijverbod
Verzoekster exploiteert een pluimveebedrijf waar legkippen worden gehouden in kooien die volgens verweerder niet voldoen aan de normen van het Legkippenbesluit 2003. Verweerder legde een last onder bestuursdwang op om de overtreding van het legbatterijverbod op te heffen. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het overgangsregime voor verrijkte kooien niet op verzoeksters kooien van toepassing is, omdat deze bij ingebruikname vóór 1 januari 2003 niet voldeden aan de vereiste afmetingen en pas na die datum zijn aangepast. Het verhogen van de mestband en het aanbrengen van doorgangen in de kooien zijn aanpassingen aan de kooi zelf, waardoor geen sprake is van te verrijken kooien zoals bedoeld in de regelgeving.
Verder is vastgesteld dat verzoekster na afloop van de gedoogperiode nog steeds legkippen in niet-aangepaste kooien huisvest. De last onder bestuursdwang is daarom terecht opgelegd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het besluit naar voorlopig oordeel in stand blijft.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder bestuursdwang wordt afgewezen omdat de kooien niet voldoen aan de eisen van het Legkippenbesluit 2003 en het overgangsregime niet van toepassing is.