ECLI:NL:CBB:2013:BZ6194
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitzonderingsregeling diagnose-informatie op GGZ-facturen door NZa
In deze zaak is het beroep ingesteld tegen het besluit van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) van 7 juni 2012, waarin een uitzonderingsregeling is vastgesteld voor het vermelden van diagnose-informatie op facturen van geestelijke gezondheidszorg (GGZ) aan zorgverzekeraars. Deze regeling biedt patiënten met privacybezwaren de mogelijkheid om via een gezamenlijke verklaring met de zorgaanbieder te voorkomen dat diagnosegegevens op de factuur worden vermeld.
Appellanten voerden onder meer aan dat de regeling onvoldoende waarborg biedt voor privacy, dat alternatieve beleidskeuzes onvoldoende zijn onderzocht, en dat de regeling onzorgvuldig is. Ook stelden zij dat een eenzijdige verklaring volstaat en dat het contracteerbeleid van zorgverzekeraars nadelige gevolgen kan hebben voor zorgaanbieders die van de uitzonderingsmogelijkheid gebruik maken.
Het College oordeelt dat de NZa met de regeling binnen de grenzen van een redelijke beleidsbepaling is gebleven. De regeling waarborgt de privacy door een gezamenlijke verklaring te eisen en biedt een duidelijke uitzonderingsmogelijkheid. De bezwaren over alternatieven en contractering zijn primair kwesties tussen zorgaanbieders en verzekeraars. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
De uitspraak bevestigt dat de NZa zorgvuldig heeft gehandeld bij het vaststellen van de uitzonderingsregeling en dat de belangen van patiënten en zorgaanbieders in redelijke balans zijn gebracht. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de uitzonderingsregeling voor diagnose-informatie op GGZ-facturen wordt ongegrond verklaard.