ECLI:NL:CBB:2013:BZ7817
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling bedrijfstoeslag 2010 en subsidiabele perceelsoppervlakte
Appellante, een landbouwer, had bij verweerder bedrijfstoeslag 2010 aangevraagd op basis van opgegeven gewaspercelen met een totale oppervlakte van 41,34 hectare. Verweerder keurde bij het primaire besluit een oppervlakte van 0,46 hectare af en betaalde dienovereenkomstig minder uit. Bij het bestreden besluit werd deze afgekeurde oppervlakte verhoogd naar 0,63 hectare, wat leidde tot een aangepaste bedrijfstoeslag van €16.500,12.
Appellante betwistte de splitsing van perceel 5 vanwege een zogenaamd onverhard pad dat volgens haar slechts tijdelijk aanwezig is en waarop wel degelijk wordt gemaaid en begraasd. Verweerder baseerde de splitsing op luchtfoto’s die een permanente strook onbeteelde grond als pad lieten zien, welke niet subsidiabel is volgens de Verordening (EG) nr. 73/2009. Het College onderschreef dit standpunt en verwierp het betoog van appellante.
Verder voerde appellante aan dat verweerder de grenzen bij sloten onjuist had vastgesteld en dat er geen controle ter plaatse was uitgevoerd. Het College oordeelde dat de controle via administratieve referentiegrenzen (AAN-laag) conform artikel 28 van Pro de Verordening voldeed en dat geen noodzaak voor een fysieke controle was aangetoond.
Ten slotte stelde appellante dat de lagere bedrijfstoeslag in het bestreden besluit onrechtvaardig was, maar het College wees dit af omdat verweerder het te veel betaalde bedrag niet terugvordert. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de vaststelling van de bedrijfstoeslag 2010 wordt ongegrond verklaard.