ECLI:NL:CBB:2013:BZ8276
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maatregelen ter bestrijding van Xanthomonas in Prunus en evenredigheid daarvan
Appellant exploiteert een boomkwekerij waar bij onderzoek aantasting met de bacterie Xanthomonas arboricola pv. Pruni is vastgesteld. Verweerder heeft op grond van de Plantenziektenwet en de Fytorichtlijn maatregelen opgelegd, waaronder het verwijderen en vernietigen van besmette en aangrenzende planten en een teeltverbod voor een bepaalde periode.
Appellant betwist niet de aanwezigheid van de bacterie, maar voert aan dat minder ingrijpende maatregelen mogelijk waren en dat de opgelegde maatregelen onevenredig bezwarend zijn, met name vanwege de financiële gevolgen en het ontbreken van compensatie. Tevens wijst appellant op een inconsistentie in het beleid bij hercontrole.
Het College oordeelt dat verweerder bevoegd was de maatregelen te nemen en dat vernietiging van de planten de enige effectieve bestrijdingsmaatregel was. De stelling van appellant dat de bacterie vanzelf zou verdwijnen is onvoldoende onderbouwd. De vermeende minder strenge hercontrole wordt gezien als een incidentele fout en tast de rechtmatigheid van het primaire besluit niet aan.
Verder stelt het College dat de vraag naar nadeelcompensatie niet in deze procedure aan de orde kan komen, aangezien dit via een aparte route is afgehandeld. De maatregelen zijn niet onevenredig, omdat het belang van effectieve bestrijding prevaleert boven het bedrijfsbelang van appellant. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de bestrijdingsmaatregelen voor Xanthomonas in Prunus wordt ongegrond verklaard.