ECLI:NL:CBB:2006:AY9279
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.L.W. Aerts
- M.A. van der Ham
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over besmetverklaring en maatregelen wratziekte op aardappelperceel
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van de Minister van Landbouw om zijn perceel besmet te verklaren met de schimmel Synchytrium endobioticum en daaraan gekoppelde bestrijdingsmaatregelen op grond van het Besluit bestrijding schadelijke organismen en de Plantenziektenwet.
Het geschil betrof onder meer de vraag of de besmetverklaring terecht was gegeven, met name of wratten op de aardappelplant zelf moesten zijn aangetroffen, en of het onderzoek naar de besmetting zorgvuldig was uitgevoerd. Appellant voerde aan dat de inspectie en monstername onzorgvuldig waren, dat hij niet bij de monstername aanwezig mocht zijn, en dat de maatregelen disproportioneel waren.
Het College oordeelde dat de besmetverklaring ook kan worden gebaseerd op losse wratten die van de plant zijn losgeraakt, in lijn met de doelstelling van de Europese Wratziekterichtlijn. De inspectie en monstername voldeden aan de wettelijke vereisten, en appellant had de mogelijkheid om een tweede monster te vragen maar heeft dit nagelaten. De maatregelen, waaronder een teeltverbod van 20 jaar, zijn gebaseerd op erkende EPPO-richtlijnen en zijn proportioneel gelet op de bestrijdingsdoelen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de besmetverklaring en de opgelegde maatregelen wegens wratziekte is ongegrond verklaard.