ECLI:NL:CBB:2013:CA0497
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwikkeling portefeuille levensverzekeringen na intrekking vergunning
Appellant had een vergunning voor het bemiddelen in levens- en schadeverzekeringen, welke gedeeltelijk werd ingetrokken door de AFM voor het bemiddelen in levensverzekeringen. De AFM bepaalde dat appellant zijn portefeuille levensverzekeringen moest afwikkelen door overdracht aan een andere dienstverlener met ongewijzigde voorwaarden.
Appellant stelde zich op het standpunt dat dit besluit onrechtmatig was en maakte bezwaar, dat door de AFM en later door de rechtbank ongegrond werd verklaard. In hoger beroep richt appellant zich uitsluitend tegen het deel van het besluit dat hem verplicht tot afwikkeling van zijn portefeuille.
Het College oordeelt dat het ontbreken van een vergunning het directe rechtsgevolg heeft dat appellant niet meer mag bemiddelen. De mededeling over de afwikkeling van de portefeuille is geen besluit in de zin van de Awb en is niet aan te vechten met rechtsmiddelen. Daarom verklaart het College het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.