ECLI:NL:RBROT:2010:BR6537
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen intrekking vergunning bemiddelen levensverzekeringen ongegrond verklaard
Eiser, handelend onder de naam Makelaardij, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) tot intrekking van zijn vergunning voor het bemiddelen in levensverzekeringen. De intrekking werd op 11 februari 2009 bevestigd na een bezwaarprocedure. Eiser richt zich niet tegen de intrekking zelf, maar tegen de aan de intrekking verbonden verplichtingen, zoals het ongewijzigd laten van lopende verzekeringen en het overdragen van de portefeuille.
De rechtbank stelt vast dat AFM op grond van artikel 1:104, derde lid, Wft bevoegd is om bij intrekking nadere bepalingen te verbinden met betrekking tot de afwikkeling van het bedrijf. Dit is bedoeld om een redelijke overgangsperiode te creëren waarin bemiddelingsactiviteiten worden afgewikkeld zonder onmiddellijke overtreding van het bemiddelingsverbod. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat deze verplichtingen hem benadelen of in strijd zijn met zijn zorgplicht.
Daarnaast heeft eiser betoogd dat artikel 1:21 Wft Pro, dat uitzonderingen op de vergunningplicht bevat, op hem van toepassing zou zijn omdat zijn verzekeringsactiviteiten slechts nevenactiviteiten zijn. De rechtbank oordeelt dat deze bepaling vijf cumulatieve voorwaarden stelt waaraan eiser niet voldoet, met name vanwege het bemiddelen in levensverzekeringen en schadeverzekeringen met een looptijd langer dan vijf jaar.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de vergunning en de daaraan verbonden verplichtingen wordt ongegrond verklaard.