ECLI:NL:CBB:2013:CA0932
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling bedrijfstoeslag 2010 en 2011 op basis van subsidiabele oppervlakte
Appellant betwistte de vaststelling van de bedrijfstoeslag over de jaren 2010 en 2011, waarbij verweerder de oppervlakte van het perceel had vastgesteld op 1.21 hectare, wat leidde tot een bedrijfstoeslag onder de minimumgrens van € 500,-. Appellant stelde dat de oppervlakte groter was en baseerde zich op loonwerkfacturen en kadastrale gegevens.
Het College oordeelde dat het bezwaar van appellant uit 2011 niet als ingetrokken kon worden beschouwd, omdat de vermeende intrekking niet schriftelijk was bevestigd. Tevens werd vastgesteld dat verweerder de oppervlakte juist had vastgesteld aan de hand van de AAN-laag, een systeem van referentiepercelen gebaseerd op luchtfoto's, conform Europese regelgeving.
Het College vond dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de vastgestelde oppervlakte onjuist was. Ook het argument dat de vaststelling van 2010 definitief was bij verkoop van toeslagrechten werd verworpen, omdat verweerder op grond van regelgeving mocht terugkomen op eerdere besluiten bij onjuistheden.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de bedrijfstoeslag over 2010 en 2011 wordt ongegrond verklaard.