ECLI:NL:CBB:2013:CA1177
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling bedrijfstoeslag 2010 op grond van Regeling GLB-inkomenssteun 2006
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar bedrijfstoeslag 2010 door verweerder, waarbij een deel van de opgegeven oppervlakte werd afgekeurd en een aanvullende korting werd opgelegd. Verweerder heeft het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en de korting verlaagd. Appellante voerde aan dat het systeem van referentiepercelen (AAN-laag) ongeschikt is voor het vaststellen van perceelgrenzen, met name bij grasland, en dat gedempte sloten en koepaden ten onrechte niet als subsidiabele oppervlakte zijn meegeteld.
Het College oordeelt dat verweerder de opgegeven oppervlakte en slotenmarges correct heeft gecontroleerd aan de hand van de AAN-laag en dat appellante onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de vastgestelde oppervlakte onjuist is. Gedempte sloten en koepaden zijn volgens verweerder terecht als subsidiabele landbouwgrond geaccepteerd. De beroepsgronden van appellante falen.
Verder stelt appellante dat de opgelegde aanvullende korting onterecht is, omdat 2010 het eerste jaar was waarin slotenmarges konden worden opgegeven en zij nog geen ervaring had. Het College overweegt dat de korting dwingend volgt uit Europese regelgeving en dat appellante geen bewijs heeft geleverd dat haar geen schuld treft. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de vaststelling van de bedrijfstoeslag 2010 wordt ongegrond verklaard.