ECLI:NL:CBB:2013:CA1509
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing korting op GLB-steun wegens niet-emissiearm uitrijden mest
Appellante, een landbouwmaatschap, kreeg een korting van 20% op haar bedrijfstoeslag 2010 wegens het niet-emissiearm uitrijden van dierlijke mest, vastgesteld bij een controle op 9 maart 2010. Verweerder wees het bezwaar af en kwalificeerde de overtreding als opzettelijk.
Appellante voerde aan dat de mest verdund was met 30% water en daardoor emissiearm, dat analyse van het mestmonster achterwege was gelaten en dat de opgelegde korting disproportioneel hoog was. Tevens stelde zij dat eerdere beleidslijnen lagere kortingen voorschreven.
Het College oordeelde dat de mestwetgeving ook verdunde mest als dierlijke meststof aanmerkt en dat appellante bewust een niet-toegestane methode hanteerde. De analyse van het monster werd niet noodzakelijk geacht. De korting van 20% volgt uit Europese regelgeving en is niet onredelijk, ook niet gelet op de strafrechtelijke boete.
Het beroep is ongegrond verklaard, waarmee de korting op de GLB-steun gehandhaafd blijft.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de korting van 20% op de GLB-steun wegens niet-emissiearm uitrijden mest wordt ongegrond verklaard.