Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 april 2014 in de zaak tussen
[naam], te [woonplaats], appellant
de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen.
In "stal 1 boerderij" waren in totaal 76 kalveren gehuisvest. Er is geconstateerd dat 5 kalveren ernstig ziek waren. Zij hadden een versnelde ademhaling en lagen op een onnatuurlijke wijze in de eenlingboxen. Deze kalveren zijn op 19 januari 2011 door de praktiserend dierenarts drs. H.J. Houwing (Houwing) geëuthanaseerd.
Van de kalveren in de kalverenboxen is ongeveer 50% ondervoed. Ongeveer 70% van de dieren heeft een luchtweginfectie. Ongeveer 80% van de kalveren heeft aangekoekte mest aan de staart. Ongeveer 40% van de kalveren heeft diarree. Ongeveer 20% van de kalveren is sloom. De gezondheidstoestand van 5 kalveren is dusdanig slecht dat deze geëuthanaseerd moeten worden.
Herstel ter plaatse is mogelijk. De huisvesting en de verzorging van de dieren dienen aangepast te worden. Met name dienen alle dieren te beschikken over een droge en schone ligplaats en dient de overbevolking teruggebracht te worden door dieren over te plaatsen. Het wordt niet noodzakelijk geacht de dieren mee te nemen.
De huisvesting is slecht. De loopgangen en ligboxen zijn te nat en bevuild met een dikke laag mest. Op de dichte vloer hoopt mest zich op. Er is geen zelfbewegende mestschuif aanwezig. De mest wordt met een schoffel naar muren geschoven waar de mest zich ophoopt. Dit is zeer bewerkelijk en de nattigheid wordt niet verwijderd. Er ontstaan plassen van drijfmest. Door de nattigheid wordt het hoorn van de klauwen van de dieren week en kunnen er makkelijker ontstekingen ontstaan.
De ligboxen zijn te nat en bevuild met mest en modder. De dieren beschikken niet over een droge en schone ligplaats. Ongeveer 50% van de dieren is in meer of mindere mate vermagerd.
De verzorging van de klauwen is onvoldoende. De meeste runderen hebben klauwen die te lang zijn en al lang bekapt hadden moeten worden. De klauwen waren ook vaak bevuild met aangekoekte mest.
Aan appellant kan worden nagegeven dat de transportkosten, zoals deze blijken uit het overzicht van de te verhalen kosten in relatie tot enkele bijgevoegde facturen niet in alle opzichten helder zijn. Anderzijds kan worden vastgesteld dat door de verlaging van de transportkosten met € 5691,- bij het bestreden besluit op appellant aanzienlijk minder kosten zijn verhaald dan op grond van de overlegde – en naar het transport van de dieren te herleiden – facturen op hem verhaald had kunnen worden. Voorts zijn door deze verlaging de facturen van 6 februari 2011 en 22 februari 2011, die betrekking hebben op transportkosten die het College niet kan plaatsen, feitelijk niet op hem verhaald.