Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Uitspraak van de meervoudige kamer van 1 mei 2014 in de zaak tussen
[naam 1], handelend onder de naam [naam 3] v.o.f., te [woonplaats 1], [naam 2], te [woonplaats 2], appellanten
de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
5.3 Volgens verweerder is niet gebleken dat de commissie zich heeft gebaseerd op onjuiste gegevens en dat er onjuiste feiten of gegevens in het beoordelingsmemorandum staan.
Appellanten onderbouwen hun beroep als volgt. Dat Vencomatic de patio zou hebben ontwikkeld als opfoksysteem en pas kort geleden is begonnen om dit systeem te gebruiken als afmestsysteem is volgens appellanten aantoonbaar onjuist. Sinds vijf jaar wordt onder meer op proefboerderij ‘[naam 5]’ te[woonplaats 3] onderzoek verricht naar de patio als afmestsysteem en worden vleeskuikens op deze manier gehouden. Ook indien dit systeem pas kort op de markt zou zijn dan doet dit niets af aan de voordelen en innovaties ervan. Dat de Dierenbescherming dit systeem uitsluitend zou hebben beoordeeld als opfoksysteem voor kuikens tot 10 dagen is volgens appellanten onjuist. De Dierenbescherming verklaart immers over de kwaliteit van de patio als afmestsysteem dat dit systeem voordelen biedt, zoals een goede start, het klimaat, lage uitval in combinatie met zeer laag medicijngebruik en een transportsysteem dat bijdraagt aan minder beschadigingen bij de kuikens.
Het beoordelingsmemorandum biedt immers geen inzicht in de afwegingen die de deskundigen hebben gemaakt bij de toekenning van de scores op de hier aan de orde zijnde aspecten (dierenwelzijn, milieu, arbeidsomstandigheden, diergezondheid, marktintroductie, economische haalbaarheid en technisch perspectief). Of en zo ja, in welke mate, feiten als dat dit type stal als enige het Milieukeurmerk heeft gekregen en dat er in dit staltype 70 rondes zonder antibiotica zijn gedraaid, door de commissie in het beoordelingsproces zijn betrokken, kan bij gebrek aan verslaglegging daarvan in het advies, niet worden vastgesteld.
7.3 De beroepen zijn gegrond en het College vernietigt de bestreden besluiten. Verweerder zal nieuwe besluiten moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het College stelt hiervoor een termijn van acht weken na de datum van deze uitspraak. Hierbij wijst het College nog op het volgende. Appellanten hebben erop gewezen dat de uiterste realisatiedatum in het kader van de subsidie 28 februari 2014 is. Ten tijde van deze uitspraak is deze datum reeds verstreken. Dienaangaande merkt het College op dat de gemachtigde van verweerder ter zitting van het College heeft toegelicht dat het verstrijken van deze datum als zodanig niet betekent dat aan appellanten geen subsidie meer kan worden toegekend.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten;
- draagt verweerder op om binnen acht weken na de dag van verzending van deze
- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht ad € 156,- in elke afzonderlijke zaak aan appellanten vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 974,-.