ECLI:NL:CBB:2014:267
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen maatregelen vanwege niet toegestane stoffen bij runderen
Verzoekers, twee bedrijven die runderen houden, werden geconfronteerd met maatregelen van de staatssecretaris van Economische Zaken na het aantreffen van de niet toegestane stof AOZ in urine en organen van runderen. De runderen waarbij de stof was aangetroffen, werden vernietigd en 567 kalveren werden uit de handel genomen en vernietigd, tenzij voor aanvullend onderzoek werd gekozen.
Verzoekers betwistten de zorgvuldigheid van het onderzoek en vroegen om inzage in onder meer monsterrelazen en laboratoriumjournaals om een contra-expertise mogelijk te maken. Zij verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening zodat een representatief deel van de dieren alsnog onderzocht kon worden.
De staatssecretaris verweerde zich met verwijzing naar Europese regelgeving en het feit dat het onderzoek was uitgevoerd door een nationaal referentielaboratorium volgens de geldende normen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de aangevoerde redenen onvoldoende waren om de voorlopige voorziening toe te kennen. Er waren geen aanwijzingen dat het onderzoek niet zorgvuldig was uitgevoerd en verzoekers hadden de mogelijkheid tot contra-expertise.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af en handhaafde de maatregelen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de maatregelen blijven van kracht.