Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
maatschap [naam 1], te [plaats 1] (de maatschap)
[naam 2] B.V., te [plaats 2], verzoekers
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Verzoekers, een maatschap en een B.V., zijn geconfronteerd met maatregelen van de staatssecretaris van Economische Zaken vanwege de aanwezigheid van de verboden stof furazolidone in runderen op hun bedrijf. Het bedrijf werd onder toezicht geplaatst en runderen waarbij de stof werd aangetroffen, werden vernietigd. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze besluiten en vroegen om een voorlopige voorziening, die op 22 juli 2014 werd afgewezen.
Na nieuwe ontwikkelingen, waaronder overleg tussen de staatssecretaris en de Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO) over mogelijke ruiming van varkensbedrijven, deden verzoekers opnieuw een verzoek om voorlopige voorziening om uitstel van ruiming te verkrijgen. De voorzieningenrechter overwoog dat het overleg over varkensbedrijven onvoldoende reden was om de eerdere afwijzing te herzien, mede omdat hetzelfde beleid voor varkens werd aangekondigd.
Verzoekers voerden ook aan dat de staatssecretaris bij een andere melkveehouderij uitstel van ruiming had toegestaan vanwege een vertraagde contra-expertise. Dit was echter niet van toepassing op verzoekers, die geen contra-expertise hadden aangevraagd. De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek om voorlopige voorziening niet kon worden toegewezen en wees het af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de maatregelen inzake furazolidone bij runderen wordt afgewezen.