ECLI:NL:CBB:2014:309
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Schukking
- R.F.B. van Zutphen
- M. Munsterman
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen heffingen voor bloemkwekerijproducten en heffingsgrondslag omzet
Appellante, een bloembollenbedrijf, kreeg heffingen opgelegd voor de jaren 2007, 2008 en 2009 op grond van de Verordening vakheffing bloemkwekerijproducten. Zij maakte bezwaar tegen de heffingsgrondslag, omdat de omzet als basis werd genomen zonder aftrek van inkoopkosten voor bijzondere verpakkingen en bijproducten zoals skimmia’s. Appellante stelde dat de inkoopkosten onterecht niet in mindering werden gebracht, in tegenstelling tot de regeling voor boomkwekerijproducten.
Verweerder stelde dat de afgesneden takken van skimmia’s als bloemkwekerijproducten moeten worden aangemerkt en dat de Verordening bloemkwekerijproducten geen aftrek van inkoopkosten toestaat. Het College oordeelde dat de takken niet onder de uitzondering voor winterharde houtgewassen vallen, omdat ze niet voor vermeerdering worden gebruikt maar als snijproduct.
Het College benadrukte dat de heffingsgrondslag in de Verordening bloemkwekerijproducten de omzet is en dat de regelgever ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het kiezen van de heffingssystematiek. Er was geen strijd met hogere regelgeving of algemene rechtsbeginselen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de opgelegde heffingen voor bloemkwekerijproducten wordt ongegrond verklaard.